Voorprogramma en 72 engelen

De zaal zit vol.  Het is kwart voor acht, en het concert van het Nederlands Kamerkoor begint pas over een half uur. We – Kamerkoor Convocaal uit Zwolle – verzorgen het voorprogramma van het beroemdste koor van Nederland, in het kader van "Zingen doe je samen". Ik was nog bang dat het publiek al pratend binnen zou komen, en niets van onze mooie muziek zou horen. We stonden in Zwolle dan wel op de affiches, maar de aanvangstijd stond steevast op 20.15.

De zaal zit vol. Twee technische dames van het NKK houden de spanning er nog even in, door op het podium, op het laatste moment, op relaxte wijze, de batterijen van de leeslampjes te vervangen. 

20161105_195102

Dan mogen we eindelijk beginnen. De kerk, de Grote of Sint Michaelskerk van Zwolle, zit vol. We staan in het voorprogramma van het Nederlands Kamerkoor en we genieten ervan. De tijd vliegt voorbij, en voor mijn gevoel zingen we vlekkeloos. Al die kleine vergissingen tijdens de repetities blijven weg. We zingen 2 stukken van MacMillan, een lied van Tavener en een van Gjeilo. Moderne muziek dat wondermooi klinkt in deze eeuwenoude kerk. In de gewelven luisteren engelen mee en geven onze klank terug als fluisterende echo's.

En dan is het voorbij. Applaus. We gaan af, op weg naar onze gereserveerde plaatsen voor het concert van het NKK.

Een koor, een saxofoon kwartet en 72 engelen. De namen van 72 engelen komen voorbij in een uur en veertig minuten. Negentig seconden per engel, zo ongeveer. Het effect is vervreemdend. Mooie melodische muziek, afgewisseld met schrille klanken, scheurende saxofoons, sonore klanken, gefluisterde klanken, ijle tonen van de sopraansaxofoon, het schorre hoesten van de bassaxofoon. Elke engel heeft haar eigen stem. Als ik op mijn horloge kijk is er al anderhalf uur voorbij. Het einde kondigt zich aan als alle 72 namen gereciteerd worden door de bas.  De muziek dooft langzaam uit. Daarna blijft het muisstil. Niemand beweegt.

Wauw.

Geplaatst in Algemeen | Reacties uitgeschakeld voor Voorprogramma en 72 engelen

De schepen van de familie Hoogeveen

Deze keer geen verhaal, maar een overzicht van de schepen van de familie Hoogeveen. En dan bedoel ik natuurlijk de Hoogeveens die in mijn stamboom zitten.

25-03-1810 : Johannes Eizes Hoogeveen leent 240 Carolus Guldens voor een schip van Gosse Folkerts uit Harkema Opeinde.

Het schip: "Coffeschip lang over steeven 48 voet, wijd 10 voet 10 duim hol na advenant hier bij verkogt een mast met de wigt, een staag met twee zijdtaakels alles tot mijn volle genoegen ontvangen"

Er zijn verschillende definities van “voet”. Misschien is hier de Rijnlandse voet bedoeld, die is 31,4 cm. Een “duim”is 1/12e van een “voet”. Het schip is dan ongeveer 16,5 meters lang en 3,40 meter breed. Een klein Kofschip voor de binnenwateren?

03-10-1825 : Johannes Hogeveen huurt een schip voor 10 jaar van Ysack Abrahams van der Werf 

Het schip: "een schuiteschip, lang veertien ellen twee palmen, wijd en hol na rato, gemeten op zevenentwintig tonnen, edog zo groot en klein goed en kwaad mag wezen, zonder waarborg voor de hoegrootheid,

In 1816 wordt het “metrieke systeem” geintroduceerd in Nederland. De oude benamingen blijven bestaan maar krijgen een nieuwe waarde. Een “el” is een meter, een “palm” is een decimeter en een “duim” is een centimeter.

Het schip was dus 14,2 meter lang en breed en diep naar verhouding

18-01-1826 : Johannes Hogeveen koopt een schip voor 1000 gulden van Ysack Abrahams van der Werf 

Johannes koopt hetzelfde schip dat hij een paar maand daarvoor huurde.

 29-09-1833 : Johannes en zijn dochter Rompkje overlijden op hun schip in de vaart bij Donkerbroek. Jacob overlijdt een paar dagen later in een woning in Donkerbroek.

Wat is er gebeurd. Zo'n ramp zou kunnen betekenen dat het schip gezonken is of dat er brand was. Als dochter Josyna in juni 1834 trouwt, wonen Josyna en haar moeder de weduwe Trijntje Wagenaar weer op een schip, volgens de huwelijksakte.

11-05-1838 : Eise Hoogeveen overlijdt op een schip in Grouw. 

Er behoorde geen onroerend goed tot de nalatenschap.
Zoon van wijlen Johannes Eises Hoogeveen (en marge: 'vader van overledene is 29/9/1833 in armoedige staat overleden') en Trijntje Wybes Wagenaar, schippersche wonend in schip;
broer van Tietje (vrouw van Andries Jans Meyer, te Knijpe, wonend in schip),
Josina (vrouw van Pieter Rienks Hof, veenbaas Haulerwijk),
Hendrikje (vrouw van Lykele Jakobs Bonstra, veerschipper Roordahuizum)
en minderjarige Wybe, Hendrik en Sjoukje Johannes Hoogeveen.

rond 1845 kopen Trijntje Wagenaar en haar kinderen Sjoukje, Hendrik en Hendrikje het schip de Jonge Tietje. 

Ik heb hiervan geen aktes gevonden, maar het schip dat ze in 1852 verkoopt is gebouwd in 1845.

28-01-1852 : Trijntje Wiebes Wagenaar, Keimpe Veenstra (namens Sjoukje) en Hendrik Hoogeveen verkopen voor 640 gulden 103/112 gedeelte in een overdekt schip genaamd "de jonge Tietje" aan Hillebrand Harmens Hartholt 
Notaris: Klaas Tadema, te Oosterwolde

"Voor Klaas Tadema, notaris in het tweede arrondissement van de provincie Friesland, standplaats hebbende te Oosterwolde, in tegenwoordigheid van na te noemen twee getuigen, zijn verschenen Trijntje Wiebes Wagenaar, weduwe Johannes Eizes Hoogeveen, zonder bedrijf, Hendrik Johannes Hoogeveen, van ’t schippersbedrijf, en Keimpe Luitzens Veenstra, ook van ’t schippersbedrijf, als in huwelijk hebbende Sjoukje Johannes Hoogeveen, allen wonende te Donkerbroek."

Lykele Bonstra, de weduwnaar van Hendrikje Hoogeveen, is eigenaar van 9/112 deel, en is niet aanwezig bij de verkoop.

Het Schip: "een overdekt schuiteschip, de jonge Tietje genaamd, gemeten op acht ellen en twee en zestig duimen lengte, twee ellen vijf en vijftig duimen wijdt, op een el zeventien duimen hol en overzuks geijkt op vijf en twintig tonnen. Met zeil en treil, haken en boomen, ankers en touwwerk en verdere inventaris, zodanig door de verkoopers is bevaren. ….
..
Welk schip in de Nederlanden tehuis behoort, als gebouwd op de scheepstimmerwerf te Bergum en gemeten door den scheepsmeter en ijkmeester Eisma te Leeuwarden, blijkens door hem afgegeven meetbrief van den zesden augustus achttienhonderd vijf en veertig."

Het schip is dus in 1845 gebouwd en is 8,62 meter lang en 2,55 meter breed.

25-04-1852 : Keimpe Luitzens Veenstra wonende te Donkerbroek huurt voor 40 gulden per jaar 103/112 gedeelte in een schip genaamd de " Jonge Tietje" voor 12 jaren van Hillebrand Harmens Hartholt 
Notaris: Klaas Tadema, te Oosterwolde

Keimpe en Sjoukje huren drie maand later het schip terug. Trijntje gaat bij hen op het schip wonen. Zwager Hendrik is borg voor Keimpe.

25-04-1852 : Hendrik Johannes Hoogeveen wonende te Donkerbroek huurt voor 60 gulden per jaar een tjalkschip de " Jonge Jan" van Hillebrand Harmens Hartholt 

Op dezelfde dag als Keimpe de Jonge Tietje huurt, huurt Hendrik Hoogeveen een Tjalk. Een Tjalk is een Gronings scheepstype. Omdat Jantje, de vrouw van Hendrik ook Groningse is, zou het mij niet verbazen als dit het schip van de familie Drok is.
Keimpe Veenstra is borg voor Hendrik, net zoals Hendrik Borg was voor Keimpe.

Het schip: "een overdekt en gewegerd Tjalkschip, de jonge Jan genaamd, in achttien honderd vierentwintig gebouwd op de scheepstimmerwerf van Roelof Noorderwerf te Woudsend, gemeten, gemeten op veertien ellen en negen duimen lengte, twee ellen en vier en vijftig duimen wijdte en een el en acht en twintig duimen hol en overzulks geijkt op twee en dertig tonnen"

Gewegerd betekent voorzien van houten afdekking van de zijkanten en soms ook dekken, in het ruim. Voornamelijk toegepast op houten schepen en op stalen/ijzeren aardappelschepen en sommige andere schepen die ladingen vorstvrij moeten vervoeren.

Het schip is 14,9 meter lang, 2,54 breed en 1,28 diep.

04-09-1852 : Trijntje Wijbes Wagenaar overlijdt in Harlingen op het schip van Keimpe Luitzens Veenstra en Sjoukje Wiebes Hoogeveen

22-10-1863: Johannes Hoogeveen huurt de "Jonge Jan" voor een periode van 7 jaar van Hillebrand Hartholt.

Dus 4 maand voordat het oude contract afloopt.  Een paar maand later, in februari 1864, overlijdt Hendrik Hoogeveen, de vader van Johannes. Johannes is dan 13 jaar. Mogelijk was Hendrik al ziek?

Geplaatst in Geschiedenis | Reacties uitgeschakeld voor De schepen van de familie Hoogeveen

Familie uit Surhuisterveen

Het naspeuren van de familiebanden voor de invoering van de burgerlijke stand in 1811 is vaak een hele puzzel: je hebt te maken met beschadigde, incomplete en verloren gegane kerkboeken. En als ze er zijn, is de informatie soms summier: “geboren Jan, zoon van Piet” of “Ontvangen voor de begrafenis van Jan zijn kind 1-3-0”. Maar het kan ook een leuke puzzel zijn. Het verbinden van allerlei kleine stukjes informatie tot een totaal plaatje. Meestal met nog wat aannames, die af en toe weer tegen het licht gehouden moeten worden.

Via de documenten uit de burgerlijke stand kon ik de tak Hoogeveen uit de familie van mijn grootvader terug volgen tot Johannes Eises Hogeveen uit Surhuisterveen.

surhuisterveen

Johannes Eises is overleden in september 1833, samen met zijn dochter Rompkje en zoontje Jacob. Volgens de overlijdensakte van 1833 is hij 61 jaar, bij de geboorte van Jacob in 1823 is hij 51 jaar, in 1826 is hij 54 jaar, en in 1829 is hij 55 jaar. Johannes is dus rond 1772 geboren, was schipper en hij woonde in Surhuisterveen. De namen van zijn ouders zijn niet terug te vinden, net zo min als een doopinschrijving, maar volgens zijn patroniem is hij de zoon van Eise, en verder draagt hij de familienaam Hogeveen.

In een Memorie van Successie (de afwikkeling van een erfenis) van Vroukje Nannes uit 1823 komen we Johannes Eizes Hoogeveen tegen als halfbroer van Jitske en Trijntje Tiensma. Gezien de verschillende achternamen, is de moeder de gemeenschappelijke ouder. Jitske en Trijntje zijn de kinderen van Josina Johannes en Matijs Tiensma, getrouwd in 1755. En zo komen we bij de volgende stap.

In een proces verbaal van het Nevengerecht van Tietjerksteradeel uit 1792 lezen we een verhaal waarin “Eyse Hendriks Hogeveen, turfschipper, oud 50 à 51 jaar, wonende te Surhuisterveen, getrouwd aan Gesina Johannes” voor komt.
De eerste puzzelstukjes vallen op hun plaats: Johannes Eises Hogeveen is een zoon van Eyse Hendriks Hogeveen en Gesina (Josina) Johannes. Eyse Hendriks Hogeveen is rond 1742 geboren, waarschijnlijk in Surhuisterveen, en zijn vader heet natuurlijk Hendrik.

Josina Johannes is in 1755 getrouwd met Matijs Tiensma. Er zijn 3 kinderen terug te vinden in de doopboeken: Berent 1-10-1756, Tryntje 29-12-1758 en Jetske 5-7-1761. Het lijkt waarschijnlijk dat Josina op 17-7-1729 gedoopt is in Surhuisterveen, als dochter van Johannes Wiits en Ietske Dirks. Haar huwelijk met Eise Hendriks zal na 1761 hebben plaatsgevonden. Ze is zo’n 13 jaar ouder dan Eise.

In 1819 overlijdt Martinus Hendriks Hogeveen, schipper uit Surhuisterveen, op ongeveer 80 jarige leeftijd. Zijn ouders zijn – volgens de akte – Hendrik Klazes Hogeveen en Geeske Eisses. Hij was getrouwd met Maaike Ouwes. Martinus is dus rond 1739 geboren, als zoon van Hendrik Klazes (Hogeveen) en Geeske Eisses. Dat maakt het waarschijnlijk dat – als hij broers heeft – zijn broers Klaas Hendriks (Hogeveen) en Eisse Hendriks (Hogeveen) zullen heten. Eisse Hendriks Hogeveen hebben we al gevonden. Nu Klaas nog.

In de trouwboeken van Leeuwarden en Groningen komen we in 1764 het huwelijk tegen van Claes Hogeveen en Eelkje Hiddes uit Surhuisterveen. In het trouwboek van Leeuwarden staat dat Claas in Groningen woont, en in het trouwboek van Groningen staat dat Claes uit Surhuisterveen komt. Claas is een ruiter in de compagnie van de major Joost/Jean le Boullenger in het Eskadron Orange Friesland.
Hiermee lijken we dus ook Klaas (Claas, Claes) gevonden te hebben. Claas en Eelkje wonen in Leeuwarden, waar Claas geen gebruik maakt van een patroniem, op één uitzondering na. In 1777 wordt Froukje gedoopt, de dochter van Claas Hendriks en Eelkje Hiddes. Claas Hogeveen heet dus ook Claas Hendriks. Claas overlijdt in 1803 in Leeuwarden, in het Ruiterquartier.

Eise overlijdt in 1804, ook in Leeuwarden. Dat laatste was in eerste instantie wat vreemd, maar volgens het begraafboek komt hij van het Schavernek in Leeuwarden, een gracht. Een schipper sterft natuurlijk op het water, altijd onderweg. Hij is van Stadswege begraven.

We hebben nu Hendrik Klazes en Geeske Eisses en drie broers: Klaas, Martinus (geboren rond 1739) en Eise (geboren rond 1742), wonend in Surhuisterveen. Martinus en Eise zijn schipper en Klaas is/was ruiter in het Staatse leger. Alleen van Martinus staat vast – in zijn overlijdensacte – dat hij de zoon is van Hendrik en Geeske. Er zijn (nog) geen doopinschrijvingen gevonden van kinderen van Hendrik en Geeske, net zomin als een huwelijksinschrijving van Hendrik en Geeske.

Omdat de namen van de kinderen vaak aanwijzingen bevatten over de namen van de grootouders, gaan we de kinderen eens inventariseren.

Van Claas Hendriks Hogeveen en Eelkje Hiddes komen we de volgende kinderen tegen
– Janneke, gedoopt 13-4-1766
– Johannes, gedoopt 12-6-1767, overleden 6-6-1768
– Johannes, gedoopt 26-5-1769, overleden 14-2-1770
– Johannes, gedoopt 8-2-1771
– Froukje, geboren 17-3-1773, gedoopt 2-4-1773, overleden 28-4-1773
– Hidde, geboren 22-10-1774, gedoopt 4-11-1774
– Froukje, geboren 14-5-1777, gedoopt 28-5-1777

Wat opvalt, is dat de naam Hendrik niet voor komt en dat er drie keer Johannes wordt vernoemd, voordat Hidde – de vader van Eelkje – wordt vernoemd. Naar wie is Johannes vernoemd? Het lijkt er op dat Claas al eerder getrouwd is geweest en dat hij al een zoon heeft met de naam Hendrik.

Van Eise Hendriks Hogeveen en Josina Johannes kennen we één kind
– Johannes Eisses Hogeveen, geboren rond 1772 en overleden in 1833
Waarschijnlijk is dit ook het enige kind, omdat er in het testament uit 1823 sprake is van één halfbroer. Het is natuurlijk mogelijk dat Eise Hendriks kinderen heeft uit een eerder huwelijk.

In de begraafboeken van Leeuwarden komen we nog wel tegen “18-9-1801 Begraven op het Oldehoofsterkerkhof twee kinderen van Eise Hendriks” maar gezien de leeftijd van Josina Johannes in 1801 (rond de 70), moet dit een andere Eise Hendriks zijn.

Van Martinus Hendriks Hogeveen en Marijke Ouwes kennen we de volgende kinderen via de aktes uit de burgerlijke stand.
– Sietske Marthinus Hogeveen 82 jaar oud overleden op 12-11-1845
– Froukje Hogeveen, 45 jaar oud overleden op 20-06-1815
– Grietje Martinus Hoogeveen, 74 jaar, overleden 04-04-1844
– Geeske Martinus Hogeveen (als enige een doopinschrijving in het doopboek van Surhuisterveen van 13-12-1772) op 13-8-1858 overleden op 86 jarige leeftijd.
– Antje Martinus Hoogeveen, 64 jaar oud overleden op 21-10-1839
– Trijntje Martinus Hogeveen, 80 jaar oud overleden op 06-06-1857
– Hendrikje Hogeveen, 58 jaar oud overleden op 11-01-1838

Slechts één kind (Geeske) staat in het doopboek van Surhuisterveen. De andere kinderen kennen we via de overlijdensaktes en geboorteaktes van hun kinderen.
Wat opvalt bij de kinderen van Martinus en Marijke is dat pas het vierde kind vernoemd is naar de moeder van Martinus (Geeske). De ouders van Marijke heetten Ouwe en Grietje. Ouwe is niet vernoemd (allemaal dochters) en de derde dochter heet Grietje. Dan komt dus de vraag naar wie de eerste twee dochters van Martinus en Marijke zijn vernoemd. De naam Froukje zal ergens in de familie Hogeveen zitten omdat ook Klaas Hogeveen een dochter Froukje heeft.

Een mogelijke theorie voor de naam Sietske is de volgende.

Er is een echtpaar in Surhuisterveen met de naam Klaas Hendriks en Sytske Johannes. Zij krijgen drie kinderen (er staan drie kinderen in het doopboek)
– Hendrik, gedoopt 17-11-1741
– Marijke, gedoopt 27-10-1743
– Johannes, gedoopt 15-5-1749 overleden 10-8-1759
We hebben hier een Klaas Hendriks met een oudste zoon Hendrik en een zoon Johannes, die overlijdt. Stel dat Sytske overlijdt, en dat Klaas opnieuw trouwt en zijn eerste zoon in het nieuwe huwelijk Johannes noemt. Deze Klaas Hendriks zou dan dezelfde Klaas Hendriks Hogeveen uit Leeuwarden kunnen zijn.
De vrouw van deze Klaas Hendriks heet Sytske. Martinus Hendriks Hogeveen is rond dezelfde tijd geboren als de kinderen van Klaas en Sytske. Sytske zou een moederfiguur voor Martinus geweest kunnen zijn, waardoor hij zijn eerste dochter Sytske noemt.

Dit alles is speculatief. Er zou een groot leeftijdsverschil zijn tussen de broers Klaas Hendriks aan de ene en Martinus en Eise Hendriks aan de andere kant. Verder lijkt er een incongruentie te zijn tussen Klaas Hendriks uit Surhuisterveen en de beroepsmilitair Klaas Hogeveen. Dit zou verder uitgezocht moeten worden. Uit de militaire stamboeken is niet zoveel te halen. De stamboeken van het Staatse leger zijn grotendeels verloren gegaan. Het is mogelijk dat Klaas Hendriks in het leger heeft gezeten en in het noorden gestationeerd is geweest (Leeuwarden of Groningen).

Tot slot nog twee inschrijvingen die het plaatje mogelijk aanvullen
In de volkstelling van 1744 in Achtkarspelen staat een Hendrik Hogeveen in een huis met 5 personen, en een Claas Hendriks, ook in een huis met 5 personen.
Claas Hendriks zou in 1710 geboren kunnen zijn als zoon van Hendrik Klazes en Trijntje Gerrits, getrouwd op 20-2-1707 in Drogeham, vlakbij Surhuisterveen.

Samenvattend, de familie uit Surhuisterveen
Hendrik Klazes en Geeske Eisses hebben drie zonen
– Klaas,
– Martinus (geboren rond 1739)
– Eise (geboren rond 1742),

Klaas zou een zoon kunnen zijn van Hendrik Klazes en Trijntje Gerrits, geboren in 1710.

Klaas Hogeveen trouwt in 1764 met Eelkje Hiddes uit Surhuisterveen. Ze wonen in Leeuwarden en krijgen zeven kinderen, waarvan 3 op jonge leeftijd overlijden:
– Janneke, gedoopt 13-4-1766
– Johannes, gedoopt 12-6-1767, overleden 6-6-1768
– Johannes, gedoopt 26-5-1769, overleden 14-2-1770
– Johannes, gedoopt 8-2-1771
– Froukje, geboren 17-3-1773, gedoopt 2-4-1773, overleden 28-4-1773
– Hidde, geboren 22-10-1774, gedoopt 4-11-1774
– Froukje, geboren 14-5-1777, gedoopt 28-5-1777

Het kan zijn dat Klaas Hendriks (Hogeveen) eerder getrouwd is geweest met Sytske Johannes uit Surhuisterveen. Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen:
– Hendrik, gedoopt 17-11-1741
– Marijke, gedoopt 27-10-1743
– Johannes, gedoopt 15-5-1749 overleden 10-8-1759

Martinus Hendriks Hogeveen trouwt met Marijke Ouwes, dochter van Ouwe Jacobs en Grietje Johannes. Martinus en Marijke krijgen 7 dochters:
– Sietske Marthinus Hogeveen 82 jaar oud overleden op 12-11-1845
– Froukje Hogeveen, 45 jaar oud overleden op 20-06-1815
– Grietje Martinus Hoogeveen, 74 jaar, overleden 04-04-1844
– Geeske Martinus Hogeveen (als enige een doopinschrijving in het doopboek van Surhuisterveen van 13-12-1772) op 13-8-1858 overleden op 86 jarige leeftijd.
– Antje Martinus Hoogeveen, 64 jaar oud overleden op 21-10-1839
– Trijntje Martinus Hogeveen, 80 jaar oud overleden op 06-06-1857
– Hendrikje Hogeveen, 58 jaar oud overleden op 11-01-1838

Eise Hendriks Hogeveen trouwt met Josina (Gesina) Johannes. Josina heeft 3 kinderen uit een eerder huwelijk:
– Berent 1-10-1756,
– Tryntje 29-12-1758
– Jetske 5-7-1761.
Eise Hendriks en Josina Johannes krijgen een zoon
– Johannes Eises Hogeveen, geboren rond 1772

Geplaatst in Algemeen | Reacties uitgeschakeld voor Familie uit Surhuisterveen

Eijse Hendriks Hogeveen en oudejaarsdag 1791

Het is 31 december 1791 en turfschipper Jan Feijes gaat op bezoek bij mijn bet..bet-overgrootvader Eijse Hendriks Hogeveen. ’s Avonds wordt Jan thuisgebracht door een hem onbekende man. Volgens zijn dochter ziet Jan er morsig uit, is hij nat, dronken en bont en blauw in het gezicht. Jan slaapt vervolgens 2 etmalen, en als hij wakker wordt, ontdekt hij dat zijn geldbuidel leeg is.

Verklaring van Jan Feijes, 56 of 57 jaar oud, turfschipper, woonachtig te Berlicum, op dit moment met zijn schip vastgevroren bij Bergummerdam.
Zaterdag 31 december 1791 ging ik in de voormiddag op bezoek bij Eijse Hogeveen. Ik heb een paar dagen geleden nog met hem gerookt, en beschouw hem als een vriend. Eijse, die ik van eerdere contacten ken, had een kistje aardappelen te koop, en die wou ik meteen mee nemen. Eijse was niet thuis, en de vrouw bij wie hij logeerde, nodigde mij uit om binnen te blijven wachten. Om het wachten te veraangenamen gaf ik haar wat geld om koffie te kopen.
Nog voor het water kookte, kwam Eijse met een onbekende jongeman binnen lopen. Vervolgens kwam er een vrouw, die ik ook niet kende, en die een kopje koffie mee dronk. Eijse vertelde dat hij vlierhout had willen kopen van deze vrouw, maar dat ze het niet eens konden worden over de prijs.
Na de koffie ging de vrouw weer weg, en gingen we aan de borrel. Iedereen betaalde zijn aandeel, maar ik betaalde de eerste dikkop. Ik wil hier wel benadrukken dat er niet zoveel gedronken werd dat er iemand dronken kon worden.
Op een bepaald moment liep er een man voorbij het raam. Eijse riep hem binnen met de vraag of hij nog vlierhout wist. Ik heb verder niet opgelet, omdat vlierhout geen handel voor me is.
Tegen de avond gingen we met z’n allen eten. Alleen de man die binnen was geroepen bleef bij de haard zitten. Het viel me op dat steeds als ik mijn geldbuidel pakte om te betalen, Eijse daar opmerkingen over maakte, in de trant van “zeg oude, je hebt een goed gevulde buidel, en dan heb je straks ook nog een vrachtje turf bij de Dam”. Ik zal niet ontkennen dat het me goed is gegaan deze winter.
Na het eten namen we nog een borrel. Toen de fles bijna leeg was, en ik weg wilde gaan om nog wat koffie te kopen, gaf de vrouw bij wie Eijse logeerde, de fles aan mij en ze drong aan dat ik hem leeg zou maken, wat ik dan ook nietsvermoedend deed, tot grote vreugde van Eijse en de jongeman. Ik had niets door en ging weg om koffiebonen te kopen, maar toen begon de wereld te draaien. Ik kon nog net bij Eijse terug komen, om mijn zak aardappels te halen. Daarna weet ik niets meer.
Volgens mijn dochter ben ik ’s avonds laat door een onbekend persoon aan boord gebracht, helemaal nat en bont en blauw in het gezicht. Ik heb 2 etmalen geslapen, waarbij ik van de pijn verging. Toen ik mijn geldbuidel pakte was deze leeg. Ze hebben me gedrogeerd en bestolen.

Verklaring van Geeske Pieters, de vrouw van Roel Jans (stokersknecht) wonende te Bergum op de Nieuwstad.
Jan Feijes kwam ’s morgens rond 10 uur bij mij aan huis, terwijl ik zat te spinnen. Jan vroeg of ik al koffie had gedronken, en toen ik “ja” zei, vroeg hij of ik nog een kopje wilde. Ik moest van hem ook de weduwe van de overkant uitnodigen. Ik heb mijn meisje gestuurd om de weduwe te halen, en kort daarop kwamen ook Eijse Hogeveen en Hendrik Storm binnen. We dronken een borrel die grotendeels door Jan Feijes werd betaald. Toen de weduwe eindelijk weg ging, bleef Jan Feijes eten. Na het eten gingen we verder aan de borrel, en toen kwam ook Jan – hoe heet hij ook al weer – binnen. Jan Feijes verklaarde met tranen in zijn ogen dat hij met de weduwe wilde trouwen, koste wat kost. Ten slotte ging hij weg, met zijn aardappels onder de arm: hij wilde nog wat koffie kopen en dan naar zijn schip teruggaan. Even later kwam Jan weer terug, samen met de weduwe. Ze hadden koek, jenever en koffie bij zich en we gingen weer aan de borrel. Jan Feijes ging als eerste weg, en ik heb niet gezien of hij dronken was of dat iemand hem tot drinken had gedwongen, of dat iemand hem mishandeld had.

Verklaring van Eijse Hendriks Hogeveen, 50 of 51 jaar oud, turfschipper, getrouwd met Gesina Johannes en wonende op Surhuisterveen. Momenteel logeert hij in Bergum op de Nieuwstad bij Geeske Pieters, vrouw van Roel Jans,
Ik kwam tegen half twaalf thuis met Hendrik Sybes Storm en zag daar Jan Feijes, de weduwe van schuin tegenover en Geeske Pieters aan de borrel. We schoven aan, en ik nodigde Jan en Hendrik uit om mee te eten. Ik kan me niet herinneren of de weduwe ondertussen nog weg is geweest. Na het eten trakteerde Jan Feijes alweer op een borrel en toen heb ik hem geadviseerd om naar zijn schip te gaan. Toen ik samen met Hendrik en Jan Snaar (die er ondertussen ook bij was gekomen) weg ging, ging Jan Feijes mee, maar niet naar zijn schip, want hij moest nog koffiebonen kopen. Wij gingen ondertussen naar het klooster om een lap, een bijl en een zaag te halen, die Jan Snaar eerder had gebruikt om hout te kappen. Toen we terug kwamen zat tot onze verbazing Jan Feijes met de weduwe bij Geeske Pieters. Hij wilde niet naar huis, want hij had zin in de weduwe. Na nog een borrel ging Jan Feijes eindelijk weg. We hebben hem nog een eind op weg gebracht, want Jan Feijes was erg dronken. Jan Snaar heeft hem aan boord geholpen. Van verlies van geld of van mishandeling weet ik niets.

Verklaring van Jan Harmens, arbeider te Bergum op de Nieuwstad, oud 44 jaar.
Ik werd tegen 12 uur bij Geeske Pieters binnengeroepen. Binnen zaten Eijse Hogeveen, Hendrik Sijbes en een mij tot dan toe onbekende man, Jan Feijes, samen aan de borrel. Ik nam ook een borrel en toen het gezelschap aan tafel ging, bleef ik bij de haard zitten wachten. Na het eten werd er nog een borrel gekocht, waaraan ik mee betaalde. Toen de weduwe van Bauke Rijkles binnenkwam en bij Jan Feijes ging zitten, zei deze dat hij met de weduwe wilde trouwen. Met tranen in de ogen probeerde hij haar te overtuigen.
Tegen vijf uur gingen we weg en Jan Feijes beloofde meteen naar zijn schip te gaan, zodra hij koffiebonen had gekocht. De weduwe was toen al vertrokken.
In de veronderstelling dat hij naar huis gegaan was, gingen Hendrik, Eijse en ik naar het klooster om het gereedschap te halen dat ik voor het houtkappen gebruikt had. Hendrik ging naar huis en Eijse en ik gingen terug naar het huis van Geeske Pieters. Toen we daar kwamen zaten daar tot onze verbazing Jan Feijes en de weduwe van Bauke Rijkles aan de borrel. Tegen 10 uur ging Jan Feijes naar huis. We zagen dat hij erg dronken was, en om te zorgen dat hem onderweg niets zou overkomen, gingen we hem achterna. Jan Feijes viel onderweg en Eijse en ik hebben hem overeind geholpen en thuis afgeleverd bij zijn dochter. Ik heb geen idee wat er met het zijn geld is gebeurd.

Verklaring van Hendrik Sijbes, arbeider wonende in de Buren te Bergum, circa 33 jaar oud.
Ik kwam samen met Eijse Hogeveen tegen 10 uur bij Geeske Pieters, en zag daar Jan Feijes (mij onbekend), de weduwe van Bauke Rijkles en Geeske Pieters aan de koffie. Eijse en ik waren bij de weduwe om vlierhout te kopen toen ze door een meisje van Geeske Pieters werd uitgenodigd voor de koffie. Na de koffie trakteerde Jan Feijes op een borrel, en vervolgens trakteerden wij ook allemaal. Toen ik na de borrel naar huis wilde om te eten werd ik uitgenodigd om te blijven. De weduwe was al weg en Jan Harmens zat in de hoek bij de haard. Na het eten namen we nog een paar borrels. Tegen vijf uur gingen we samen weg en Jan Feijes verliet ons om koffiebonen te kopen. Bij de Lijkweg ging ik naar huis en Eijse en Jan Harmens gingen verder om gereedschap te halen.

Aldus verklaard voor ons
Bergum, 9 januari 1792
G. Reitsma
H. v. Sminia

Deze tekst is een bewerking van een aangifte en diverse getuigenverklaringen uit het Informatieboek van het Nevengericht van Tietjerksteradeel. De complete tekst staat op de site van het Fries archief http://www.allefriezen.nl/zoeken/deeds/1e89a12a-6aed-48e0-85f2-950caaf8f6cb?person=a2ba52d0-ea89-49c7-92fb-0cfbd82748cc

Geplaatst in Algemeen | Reacties uitgeschakeld voor Eijse Hendriks Hogeveen en oudejaarsdag 1791

Wybe Johannes Hoogeveen

De eerste versie van dit verhaal is gepubliceerd op 26 december 2014. Toen wist ik nog niet hoe het zat met het overlijden van Wybe. Ik ben verder gaan zoeken en heb aanwijzingen gevonden dat Wiebe in ieder geval in 1871 al niet meer leefde, en mogelijk al eerder was overleden. Hier volgt een aangepaste versie van het verhaal.

Wijbe Johannes Hoogeveen is 15 jaar als zijn vader Johannes Eises, zijn 3 jaar oudere zus Rompkje en zijn 5 jaar jongere broer Jacob overlijden; vader en zus op 29 september 1833, ‘s ochtends vroeg op het turfschip in de vaart bij Donkerbroek, broertje Jacob vijf dagen later in huis nummer 94 in Donkerbroek. De aktes van de Grietenye Ooststellingwerf vertellen niet wat er is gebeurd, maar het is aannemelijk dat het turfschip van Johannes lek raakt of in brand vliegt, en dat hij niet is staat is geweest al zijn kinderen te redden. Hij komt zelf om bij de reddingspoging.

Johannes Eises Hogeveen en zijn vrouw Trijntje Wijbes Wagenaar zijn schippers uit Surhuisterveen. Het gezin van Johannes en Trijntje bestaat in 1833 uit de volgende kinderen
• Josyna, 25 jaar
• Hendrikje, 23 jaar
• Eisse, 21 jaar
• Romkje, 18 jaar
• Wiebe, 15 jaar
• Hendrik, 13 jaar
• Jacob, 10 jaar
• Sjoukje, 4 jaar

Het is niet waarschijnlijk dat de oudste kinderen op de boot aanwezig waren. Het is zelfs de vraag of Wiebe aanwezig was. Het is goed mogelijk dat hij al een eigen baan had op een ander schip.
De oudste, Tietje, 28 jaar, is in 1830 getrouwd met Andries Jans Meyer. Er is nog een oudere zus Josyna (Joostje) geweest, die als klein kind is overleden. Net als een jonger zusje Sjoukje, die is overleden, toen Wybe 8 jaar was.

Moeder Trijntje blijft na het ongeluk in 1833 in Donkerbroek wonen, met een deel van haar kinderen.
Josyna trouwt driekwart jaar later, in 1834 met Pieter Hof en Hendrikje in 1835 met Lykle Bonstra. In mei 1838 overlijdt Eisse in een schip te Grouw.

Een paar maand eerder, in februari 1838, meldt Wijbe zich vrijwillig, voor 5 jaar bij de Nationale Militie. Hij wordt ingedeeld bij de 18e Afdeling Infanterie.
Zijn signalement in het Stamboek: lengte 1 el 6 palmen 7 duimen 4 strepen (omgerekend 167,4 m.), aangezicht ovaal, voorhoofd hoog, ogen bruin, neus ordinair, mond idem, kin rond, haar bruin, merkbare tekenen geen.
Het is bijzonder dat Wiebe zich vrijwillig aanmeldt, en niet de uitkomst van de loting afwacht. Mogelijk zag hij voor zich zelf geen toekomst als schipper of schippersknecht in Friesland. 
Als eind 1839 de 18e Afdeling Infanterie wordt ontbonden, gaat Wybe over naar de 6e Afdeling Infanterie. Hij blijft daar tot 1842. Op 29 november 1842 tekent hij bij voor 6 jaar en gaat naar het 2e Regiment Zware Dragonders, met 20,- handgeld. In 1844 wordt hij bevorderd tot 1e categorie van de 2e klasse. Het gaat niet goed, want al een half jaar later, juli 1845 wordt hij teruggeplaatst in de gewone klasse van Militairen. Maar een jaar later in juni 1846 is hij weer terug in de 2e categorie van de 2e klasse.

In oktober 1846 wordt Wiebe beschuldigd van diefstal. De aanklacht luidt dat “de beklaagde, gelast om bij het Schijfschieten der Dragonders op den vijftienden october 1800 zesenveertig, nabij de stad Haarlem, de afgeschoten kogels op te zoeken, en te verantwoorden, eenige dezer kogels heeft achtergehouden en verduisterd”.

In november 1846 verschijnt hij voor de krijgsraad in Haarlem. Hij wordt vrijgesproken van diefstal, maar schuldig bevonden aan het ongeoorloofd verzamelen en verbergen van kogels op de slaapzaal. Hij wordt “ter beschikking gesteld van den commanderenden Officier van het tweede Regiment Dragonders, ten einde wegens deze overtreding disciplinair te worden gecorrigeerd”.
Wat moeten we denken van dit gedrag. Was hij het leven in het leger zat, verveelde hij zich, of was hij bezig met een illegaal handeltje oud ijzer?

Wybe gaat terug naar Friesland, naar Ooststellingwerf, waar hij in 1850 trouwt met Ida Jacobs (Ike) Belle. Als ze trouwen is Wiebe weer schippersknecht. Ze verhuizen naar Haulerwijk waar ze vier kinderen krijgen: Johannes (1850), Jacobje (1853), Hendrik (1859) en Wietske (1863). Hendrik overlijdt als baby van 6 maand.
Een jaar later, in 1851 trouwt Wiebe’s jongste zus Sjoukje met Keimpe Luitjens Veenstra, schipper van beroep. Moeder Trijntje woont bij Sjoukje en Keimpe op het schip als ze in 1852 in Harlingen overlijdt.

Ergens tussen 1859 en 1871 verdwijnt Wybe. Het is nog onduidelijk wanneer precies, maar als Johannes  op 9 september 1871 met Pietje van de Wijk uit Smilde trouwt,  staat in de huwelijksacte "de bruidegom en de moeder van den bruidegom hebben, op in onze handen afgelegde eed, verklaard dat de vader van den bruidegom in de onmogelijkheid is om zijnen wil te verklaren zijnde hij afwezig en zijne tegenwoordige tegenwoordige verblijfplaats onbekend ". Een dergelijke zin staat ook in de huwelijksacte van dochter Jacobje, die in 1872 trouwt met Joldert Willems de Vries uit Appelscha. 

Ike is met haar gezin in april 1871 naar Nieuw-Amsterdam verhuisd. In het bevolkingsregister van Emmen is Ike op 18 april 1871 met haar kinderen ingeschreven als hoofd van het gezin, zonder Wiebe, en ook in het bevolkingsregister 1860-1880 van Haulerwijk is Ida Jacobs Belle per 31-12-1859 als gezinshoofd (en weduwe) vermeld.  Is Wybe Johannes Hoogeveen vóór die datum al verdwenen?

Het laatste kind van Wybe en Ike is in 1863 geboren. Dat pleit ervoor dat Wybe ergens tussen 1863 en 1871 Wybe verdwenen is. Echter, de geboorte van Wietske wordt op 23 april 1863 aangegeven door de vroedvrouw. In de akte is bij Wiebe Johannes Hoogeveen aangegeven: "arbeider aldaar thans afwezig". Maar hij wordt nog wel erkend als vader. Hij zal dus nog leven? En ook bij de geboorte van Hendrik in 1859 is de vader afwezig. Wybe is ergens voor 1859 op reis gegaan met zijn schip en niet teruggekomen. Voor de gemeente was dat voldoende aanleiding om zijn vrouw Ida Belle per 31-12-1859 te bestempelen als weduwe in het Bevolkingsregister. Het kan natuurlijk ook zijn dat de inschrijving oorspronkelijk op 31-12-1859 gedateerd is, maar dat Ike later als weduwe is aangemerkt. Het blijven vragen.

Een andere vraag die open blijft is wie de vader van Wietske is. Als Wiebe rond 1859 verdwenen is, kan hij niet de vader zijn van Wietske.

In 1881 overlijdt Ida Jacobs Belle op 52-jarige leeftijd, in het huis van Berend Hoogenberg te Nieuw-Amsterdam.  

In 1904 hertrouwt Johannes met Roelofje Bloeming, de weduwe van Meeuwis Pool.
Dochter Wietske vertrekt naar Amsterdam, waar ze in 1898 met Johann Hinrich Knutzen trouwt. Bij het huwelijk erkennen ze 2 kinderen: Gerrit Hoogeveen, geboren 1 maart 1892 en Jacobus Hoogeveen 9 maart 1895, beiden te Amsterdam. Er zijn meer kinderen geboren voor 1898. Waarom slechts 2 worden erkend door Johann Hinrich is mij nog niet duidelijk. Dit zou nog verder uitgezocht kunnen worden. In 1908 trouwt Wietske in Sloten met Jacob van Elk. Ze sterft in 1939 op 75 jarige leeftijd in Amsterdam.

 

Geplaatst in Algemeen | Reacties uitgeschakeld voor Wybe Johannes Hoogeveen

Kinderkerstfeest

De wijzen uit het oosten hebben een ster gezien, de wolf heeft honger, de herder waakt over zijn schaapjes, de soldaat oefent met zijn zwaard, en ondertussen reist een eenvoudige timmerman met zijn zwangere vrouw op bevel van keizer Augustus van Nazareth naar Bethlehem. 

Ook dit jaar hebben we weer met de hulp van heel veel mensen een kerstverhaal verteld in de kinderkerstviering van kwart over zes. Er was een heus kinderorkest, georganiseerd door de pianiste, er was een mooie jonge zangeres die prachtig mooi lied voor ons zong. Er waren kinderen die de diverse rollen speelden in het spel. Er waren echte lammetjes met een echte herder. Er waren vele handen die na afloop het stro opruimden. En dankzij de technische commissie was er een lichtgevende ster die verplaatst kon worden over het liturgisch centrum. Want het kerst verhaal blijft een mooi verhaal, dat verteld en verbeeld moet worden, elk jaar weer.

Het zijn roerige tijden in Israel, maar de wijzen gaan op zoek naar de pasgeboren koning. In onze verbeelding dit keer geen Balthazar, Melchior of Caspar, maar K3, de drie Koninginnen. Ze ontmoeten de vertwijfelde herder, die het zat is dat de wolf steeds een lammetje steelt. Even later ontmoeten ze de hongerige wolf, die wel begrijpt dat de herder boos is, maar wat moet hij anders: hij moet toch eten? En nee, een dropje, kauwgum en salade lust hij niet; hij is toch geen konijn? Zowel de herder als de wolf verwijzen de drie Koninginnen naar Jeruzalem, het centrum van de macht, waar mensen met hun neus in de boeken zitten, en deftig paraderen. 

Het engelenkoor zingt een prachtig lied over sterren die de weg wijzen. De ster beweegt richting Jeruzalem, en de wijzen volgen haar. 

Maar ook in Jeruzalem is geen koning geboren. De stoere Romeinse soldaat weet van niets, en wil liever op jacht naar de wolf, die zachtjes achter hem sluipt. 

En dan beweegt de ster weer. Weer terug naar de stal, naar de lammetjes.

Bij de stal ontmoeten de wijzen opnieuw de herder, die verbaasd vertelt over een kleine baby. De wolf komt er ook bij, en het lukt de wijzen, nadat ze eerst het kind en zijn ouders hebben begroet, de wolf en de herder te verzoenen. De oude profeet Jesaja had het al voorspeld: de wolf en het lam zullen samen wonen.

Elk jaar weer vertellen en verbeelden we het verhaal, en het blijft mooi.

Geplaatst in Algemeen | Reacties uitgeschakeld voor Kinderkerstfeest

We will remember them

Afgelopen weekend gaf Convocaal, het koor waarin ik zing, samen met On Y Chante uit Amersfoort een concert rond het thema Allerzielen.

Bij elk concert heb ik wel zo'n regeltje dat zich vasthaakt in mijn hoofd. Zo'n regeltje dat voor mij de essentie van het concert geworden is. Dat mij 's nachts wakker maakt, en dat mij tijdens het dommelen in de trein doet opschrikken. Een regeltje dat er opeens is, en dat pas weer weggaat als het concert voorbij is. Zo'n regeltje als "We will remember them" uit de Exhortation van John Tavener. 

De muziek versterkt het effect. De tekst wordt bij mij gewekt door de muziek die eronder ligt. De Exhortation  begint hoog, veelstemmig, in een stapeling van tertsen, kwinten en octaven. "They shall grow not old, as we that are left grow old". De tekst gaat over soldaten die niet ouder zullen worden. Het effect is vervreemdend, haast uitbundig. Het kan niet. Klinkt er wanhoop in door?

En dan zakt de muziek peilloos de diepte in. "At the going down of the sun and in the morning". De ontroering kruipt in mijn keel. Met sonore klanken gaat het verder "we will remember them". De prop in mijn keel maakt het zingen bijna onmogelijk. De regel wordt nog een keer herhaald, als een bevestiging: "we will remember them"

Ik denk aan al die mensen die ik gekend heb, die ik lief heb gehad en die er niet meer zijn. Ouders, familie, vrienden, bekenden die ik herdenk met een kaars, een lied, een concert, een requiem, en een moment van stilte. 

"We will remember them"

En daarna wordt het stil in mij hoofd.

Geplaatst in Algemeen | Reacties uitgeschakeld voor We will remember them

Aaltje-moeij

In de zomer van 1805 overlijdt Aaltje-moeij Weermans, de moeder van Harm Weermans, in Noord -Barge. Ze wordt volgens het Overlijdensboek van Emmen op  4 september begraven. Ik heb me een hele tijd afgevraagd wie Aaltje was.

DTB Emmen 1805 overl. Aaltje-moeij Weermans - uitsnede

Harm Weerman is een zoon van Lambert Weerman uit Bathorn, een gehucht vlakbij Hoogstede in het graafschap Bentheim.  Volgens de Ahnenliste Weerman in  Heft 81 September 2005 van genealogie Emsland Bentheim (http://www.genealogie-emsland-bentheim.de/Heft_81_September_2005-k.pdf) heeft Lambert 2 echtgenotes gehad. Van de eerste vrouw is geen naam bekend, en zij en Lambert krijgen 4 kinderen.  In 1762 trouwt Lambert met Fenne Moeken uit Veldhausen. Lambert en Fenne krijgen 10 kinderen, waarvan Harm (Herm) de een na jongste en Aaltje de jongste. Volgens deze stamboom is Harm dus een zoon van Fenne Moeken.

Nu waren er ook twijfels in de stamboom van H. Weerman (www.hweerman.com). Daarin werd gesteld dat Fenne in 1769 is overleden. Er was een onbekende derde vrouw. Hier komt dus ruimte voor Aaltje-moeij als moeder van Harm en echtgenote van Lambert.

Het boek "Die Familien der Gemeinden Hoogstede,Bathorn,Berge,Kalle,Ringe, Scheerhorn,Tinholt (1700-1910)" van Harm Schneider gaat op pagina 322 nog verder en onderkent 3 Lamberts, geboren in 1730, 1735 en 1745. De tweede Lambert is getrouwd met Fenne Moeken. Harm Weerman is in dit boek een zoon van de derde Lambert met een onbekende vrouw. Als we deze drie Lamberts weer terug herleiden tot de ene Lambert, geboren 8-5-1730 (waarvan ook een inschrijving bestaat in het doopboek van Emlichheim), dan past dit plaatje in het beeld dat er drie echtgenotes zijn geweest.

In het Trouwboek van Wilsum vinden we de oplossing. Daar staat op 12.11.1769

"Lambert Weerman en Berend Hemmekes van Itterbecke hebben laten inschrijven 't houwelijk tusschen: Lambert Weersman, Weduwe van Bathoorn onder Emlichheim met Eule, uit de oude Hemmekenshuis te Itterbecke omdat (zij) hier lange gedient hadden. "

In het overzicht Huwelijken Emlichheim in "Emlichheimer trauungen in den Niederlanden und in der Grafschaft Bentheim 1588 – 1810" staat "12 nov 1769 Aaltjen Lamberts oo Lambert Weerman wednaar uit Bathoorn" Hier wordt Eule dus al Aaltjen genoemd.

In het Lidmatenboek van Emlichheim staat op 1 december 1769 de inschrijving: "van Ulsen Ale Lambers, huisvrou van Lambert Weerman te Bathoorn"

Nieuwsgierig geworden zoeken we verder in Wilsum en Uelsen, en vinden dan in het Doopboek van Uelsen (via OFB Uelsen):

"Aale Lambers, geboren in Itterbeck, getauft 23.1.1752 in Uelsen. Vater Arend Lambers van Itterbeck (Zusatz Davina: Die Mutter heiszt Evertien Koning)"

Zijn Aale, Eule en Aaltje dezelfde? Gezien de plaats en patroniem ja. En het is niet onwaarschijnlijk dat deze gebieden  de uitspraak van Eule en Aale erg veel op elkaar geleken hebben.

Mijn conclusie is in ieder geval dat Aaltje Lambers de moeder was van Harm Weerman, en dat zij  op 4 september 1805 in Emmen begraven is.

Geplaatst in Algemeen | Reacties uitgeschakeld voor Aaltje-moeij

Misera

"Misera", ze schreeuwt het uit van ellende als ze hem op de grond ziet liggen. Haar prins op het witte paard. “Misera! non credea ch’a gli occhi miei‚Äč potessi in alcun tempo esser noioso" , zo klinkt het in deftig 16e eeuws Italiaans. Onze vaste vertaler heeft het als volgt vertaald "O gruwel, ik had nooit gedacht dat je mijn ogen tot kwelling of zelfs afkeer zou kunnen zijn". In modern 21e eeuws Nederlands zou het iets kunnen zijn als "o shit, mijn ogen verdragen je niet".

Het is de eerste regel uit een 16e eeuws lied, vol liefdesverdriet. Een passage uit "Gerusalemme Liberata", een lang episch gedicht van Torquato Tasso dat voor veel kunstenaars een bron van inspiratie is geweest, zowel schilderkunst als muziek. Het gedicht beschrijft de gevechten om Jerusalem, aan het eind van de eerste kruistocht. Erminia, een prinses uit Antiochie, wordt verliefd op Tancredi, ridder in het christelijke leger. Maar Tancredi is verliefd op Clorinda, een krijgsmaagd uit het leger van Saladin. Na de dood van Clorinda gaat Erminia op zoek naar Tancredi.Zo omstreeks het honderdste octaaf (vers van acht regels) vindt Erminia Tancredi halfdood op het slagveld. En ze laat haar gevoelens voor de held de vrije loop. 

Erminia en Tancredi

Het vers is door Giaches de Wert op muziek gezet in een prachtig madrigaal. Als je het zingt is het de kunst om in de snelle Italiaanse klanken de tragedie, het verdriet te voelen. Erminia kust Tancredi op de koude bleke lippen, en wil hem zo aan de naderende dood ontfutselen. 

Zondg 18 mei zingt Convocaal o.a. deze madrigaal in een concert in de Peperbus in Zwolle. Het begint om 16.00. Zal het ons lukken om de tragiek van Erminia en Tancredi over te brengen?

 

Geplaatst in Algemeen | Reacties uitgeschakeld voor Misera

Wie komt daar uit de woestijn

Het koor waar ik zing bereidt zich voor op een nieuw concert. We studeren een aantal Madrigalen in, van diverse componisten, uit diverse periodes. Een van die Madrigalen begint zo:

Wie, Wie komt daar aan
Uit de woestijn
Slaperig leunend op haar geliefde

Een mysterieuze tekst van Judith Herzberg op ondoorgrondelijke akkoorden van Andries van Rossem.  Dat was wat ik dacht toen we het voor de eerste keer zongen, probeerden te zingen, op een willekeurige woensdagavond repetitie, ergens vorig jaar. De tekst gaat verder met een appelboom, waaronder iets gebeurt. Iemand wordt geboren en iemand wordt gewekt. En vervolgens weer de vraag wie er aan komt, uit de woestijn.

Geen idee waar ze het over heeft, en wat de muziek er onder doet. Wat de muziek toevoegt aan de tekst. Beide zijn vreemd.

Gelukkig hebben we tegenwoordig Google, en als je de tekst “Wie komt daar uit de woestijn leunend op haar geliefde” intypt komt al snel uit bij het Hooglied, het Lied der Liederen, een eeuwenoude cyclus van liefdesliederen. Het Hooglied is minstens 2500 jaar oud, geboren in de woestijn, ergens in het Midden-Oosten. Het vertelt het verhaal van twee geliefden. Een tweespraak in dichtvorm, met soms erotische passages. Het Hooglied wordt op veel manieren uitgelegd. Van puur theologisch tot puur poëtisch. 

Het lied is voor mij meer gaan leven, toen ik het kon zingen als een couplet in een liefdeslied. Het wordt gewoner, in hoeverre je “de liefde” gewoon mag vinden. Al moet ik op de muziek nog wel wat extra repeteren om ook die gewoon te gaan vinden.

Wie is zij,
die daar komt uit de woestijn,
leunend op de arm van haar lief?

Onder de appelboom wekte ik jou.
Daar kreeg je moeder weeën,
weeën van jou,
daar baarde ze jou.

 

Geplaatst in Algemeen | Reacties uitgeschakeld voor Wie komt daar uit de woestijn