Eijse Hendriks Hogeveen en oudejaarsdag 1791

Het is 31 december 1791 en turfschipper Jan Feijes gaat op bezoek bij mijn bet..bet-overgrootvader Eijse Hendriks Hogeveen. ’s Avonds wordt Jan thuisgebracht door een hem onbekende man. Volgens zijn dochter ziet Jan er morsig uit, is hij nat, dronken en bont en blauw in het gezicht. Jan slaapt vervolgens 2 etmalen, en als hij wakker wordt, ontdekt hij dat zijn geldbuidel leeg is.

Verklaring van Jan Feijes, 56 of 57 jaar oud, turfschipper, woonachtig te Berlicum, op dit moment met zijn schip vastgevroren bij Bergummerdam.
Zaterdag 31 december 1791 ging ik in de voormiddag op bezoek bij Eijse Hogeveen. Ik heb een paar dagen geleden nog met hem gerookt, en beschouw hem als een vriend. Eijse, die ik van eerdere contacten ken, had een kistje aardappelen te koop, en die wou ik meteen mee nemen. Eijse was niet thuis, en de vrouw bij wie hij logeerde, nodigde mij uit om binnen te blijven wachten. Om het wachten te veraangenamen gaf ik haar wat geld om koffie te kopen.
Nog voor het water kookte, kwam Eijse met een onbekende jongeman binnen lopen. Vervolgens kwam er een vrouw, die ik ook niet kende, en die een kopje koffie mee dronk. Eijse vertelde dat hij vlierhout had willen kopen van deze vrouw, maar dat ze het niet eens konden worden over de prijs.
Na de koffie ging de vrouw weer weg, en gingen we aan de borrel. Iedereen betaalde zijn aandeel, maar ik betaalde de eerste dikkop. Ik wil hier wel benadrukken dat er niet zoveel gedronken werd dat er iemand dronken kon worden.
Op een bepaald moment liep er een man voorbij het raam. Eijse riep hem binnen met de vraag of hij nog vlierhout wist. Ik heb verder niet opgelet, omdat vlierhout geen handel voor me is.
Tegen de avond gingen we met z’n allen eten. Alleen de man die binnen was geroepen bleef bij de haard zitten. Het viel me op dat steeds als ik mijn geldbuidel pakte om te betalen, Eijse daar opmerkingen over maakte, in de trant van “zeg oude, je hebt een goed gevulde buidel, en dan heb je straks ook nog een vrachtje turf bij de Dam”. Ik zal niet ontkennen dat het me goed is gegaan deze winter.
Na het eten namen we nog een borrel. Toen de fles bijna leeg was, en ik weg wilde gaan om nog wat koffie te kopen, gaf de vrouw bij wie Eijse logeerde, de fles aan mij en ze drong aan dat ik hem leeg zou maken, wat ik dan ook nietsvermoedend deed, tot grote vreugde van Eijse en de jongeman. Ik had niets door en ging weg om koffiebonen te kopen, maar toen begon de wereld te draaien. Ik kon nog net bij Eijse terug komen, om mijn zak aardappels te halen. Daarna weet ik niets meer.
Volgens mijn dochter ben ik ’s avonds laat door een onbekend persoon aan boord gebracht, helemaal nat en bont en blauw in het gezicht. Ik heb 2 etmalen geslapen, waarbij ik van de pijn verging. Toen ik mijn geldbuidel pakte was deze leeg. Ze hebben me gedrogeerd en bestolen.

Verklaring van Geeske Pieters, de vrouw van Roel Jans (stokersknecht) wonende te Bergum op de Nieuwstad.
Jan Feijes kwam ’s morgens rond 10 uur bij mij aan huis, terwijl ik zat te spinnen. Jan vroeg of ik al koffie had gedronken, en toen ik “ja” zei, vroeg hij of ik nog een kopje wilde. Ik moest van hem ook de weduwe van de overkant uitnodigen. Ik heb mijn meisje gestuurd om de weduwe te halen, en kort daarop kwamen ook Eijse Hogeveen en Hendrik Storm binnen. We dronken een borrel die grotendeels door Jan Feijes werd betaald. Toen de weduwe eindelijk weg ging, bleef Jan Feijes eten. Na het eten gingen we verder aan de borrel, en toen kwam ook Jan – hoe heet hij ook al weer – binnen. Jan Feijes verklaarde met tranen in zijn ogen dat hij met de weduwe wilde trouwen, koste wat kost. Ten slotte ging hij weg, met zijn aardappels onder de arm: hij wilde nog wat koffie kopen en dan naar zijn schip teruggaan. Even later kwam Jan weer terug, samen met de weduwe. Ze hadden koek, jenever en koffie bij zich en we gingen weer aan de borrel. Jan Feijes ging als eerste weg, en ik heb niet gezien of hij dronken was of dat iemand hem tot drinken had gedwongen, of dat iemand hem mishandeld had.

Verklaring van Eijse Hendriks Hogeveen, 50 of 51 jaar oud, turfschipper, getrouwd met Gesina Johannes en wonende op Surhuisterveen. Momenteel logeert hij in Bergum op de Nieuwstad bij Geeske Pieters, vrouw van Roel Jans,
Ik kwam tegen half twaalf thuis met Hendrik Sybes Storm en zag daar Jan Feijes, de weduwe van schuin tegenover en Geeske Pieters aan de borrel. We schoven aan, en ik nodigde Jan en Hendrik uit om mee te eten. Ik kan me niet herinneren of de weduwe ondertussen nog weg is geweest. Na het eten trakteerde Jan Feijes alweer op een borrel en toen heb ik hem geadviseerd om naar zijn schip te gaan. Toen ik samen met Hendrik en Jan Snaar (die er ondertussen ook bij was gekomen) weg ging, ging Jan Feijes mee, maar niet naar zijn schip, want hij moest nog koffiebonen kopen. Wij gingen ondertussen naar het klooster om een lap, een bijl en een zaag te halen, die Jan Snaar eerder had gebruikt om hout te kappen. Toen we terug kwamen zat tot onze verbazing Jan Feijes met de weduwe bij Geeske Pieters. Hij wilde niet naar huis, want hij had zin in de weduwe. Na nog een borrel ging Jan Feijes eindelijk weg. We hebben hem nog een eind op weg gebracht, want Jan Feijes was erg dronken. Jan Snaar heeft hem aan boord geholpen. Van verlies van geld of van mishandeling weet ik niets.

Verklaring van Jan Harmens, arbeider te Bergum op de Nieuwstad, oud 44 jaar.
Ik werd tegen 12 uur bij Geeske Pieters binnengeroepen. Binnen zaten Eijse Hogeveen, Hendrik Sijbes en een mij tot dan toe onbekende man, Jan Feijes, samen aan de borrel. Ik nam ook een borrel en toen het gezelschap aan tafel ging, bleef ik bij de haard zitten wachten. Na het eten werd er nog een borrel gekocht, waaraan ik mee betaalde. Toen de weduwe van Bauke Rijkles binnenkwam en bij Jan Feijes ging zitten, zei deze dat hij met de weduwe wilde trouwen. Met tranen in de ogen probeerde hij haar te overtuigen.
Tegen vijf uur gingen we weg en Jan Feijes beloofde meteen naar zijn schip te gaan, zodra hij koffiebonen had gekocht. De weduwe was toen al vertrokken.
In de veronderstelling dat hij naar huis gegaan was, gingen Hendrik, Eijse en ik naar het klooster om het gereedschap te halen dat ik voor het houtkappen gebruikt had. Hendrik ging naar huis en Eijse en ik gingen terug naar het huis van Geeske Pieters. Toen we daar kwamen zaten daar tot onze verbazing Jan Feijes en de weduwe van Bauke Rijkles aan de borrel. Tegen 10 uur ging Jan Feijes naar huis. We zagen dat hij erg dronken was, en om te zorgen dat hem onderweg niets zou overkomen, gingen we hem achterna. Jan Feijes viel onderweg en Eijse en ik hebben hem overeind geholpen en thuis afgeleverd bij zijn dochter. Ik heb geen idee wat er met het zijn geld is gebeurd.

Verklaring van Hendrik Sijbes, arbeider wonende in de Buren te Bergum, circa 33 jaar oud.
Ik kwam samen met Eijse Hogeveen tegen 10 uur bij Geeske Pieters, en zag daar Jan Feijes (mij onbekend), de weduwe van Bauke Rijkles en Geeske Pieters aan de koffie. Eijse en ik waren bij de weduwe om vlierhout te kopen toen ze door een meisje van Geeske Pieters werd uitgenodigd voor de koffie. Na de koffie trakteerde Jan Feijes op een borrel, en vervolgens trakteerden wij ook allemaal. Toen ik na de borrel naar huis wilde om te eten werd ik uitgenodigd om te blijven. De weduwe was al weg en Jan Harmens zat in de hoek bij de haard. Na het eten namen we nog een paar borrels. Tegen vijf uur gingen we samen weg en Jan Feijes verliet ons om koffiebonen te kopen. Bij de Lijkweg ging ik naar huis en Eijse en Jan Harmens gingen verder om gereedschap te halen.

Aldus verklaard voor ons
Bergum, 9 januari 1792
G. Reitsma
H. v. Sminia

Deze tekst is een bewerking van een aangifte en diverse getuigenverklaringen uit het Informatieboek van het Nevengericht van Tietjerksteradeel. De complete tekst staat op de site van het Fries archief http://www.allefriezen.nl/zoeken/deeds/1e89a12a-6aed-48e0-85f2-950caaf8f6cb?person=a2ba52d0-ea89-49c7-92fb-0cfbd82748cc

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.